Je ziet het vaak pas als je net een naam op je website hebt gezet. Iemand stuurt een screenshot van een marktplaatsvermelding met jouw merknaam in de titel, of je krijgt een mail: “Hé, dit lijkt wel heel erg op jullie.” Dan komt de schrik: heb je eigenlijk wel iets geregeld, en wat kun je doen als iemand meeliften wel heel letterlijk neemt? Vanaf dat moment draait het niet meer om creativiteit, maar om grip krijgen op merkregistratie en bewaking.
Registreren is kiezen: teken, gebied en klassen
Merkregistratie begint in de praktijk met drie keuzes die je later niet “even” rechtzet: het teken (woordmerk, beeldmerk of allebei), het gebied (Benelux, EU of daarbuiten) en de waren- en dienstenklassen (de Nice-classificatie, een indeling die bepaalt voor welke producten en diensten je bescherming vraagt). Die klassenkeuze voelt administratief, maar het bepaalt waar je merk juridisch landt. Te smal registreren geeft gaten, te breed registreren levert discussie op als je het niet gebruikt.
Daarom kijken wij eerst naar normaal gebruik: hoe staat je merk op verpakking, offertes, apps, advertenties, domeinnamen en social profielen. Vervolgens matchen we dat met de klassen en formuleringen die in registers gangbaar zijn. De Kamer van Koophandel noemt als voordeel dat een registratie je het exclusieve recht geeft om je merk te gebruiken voor de producten en diensten waarvoor je het registreert, en dat je kunt optreden bij misbruik, zoals te lezen in de uitleg over merk registreren. Dat “voor de producten en diensten” is precies waar het vaak misgaat.
Een praktische valkuil: ondernemers denken dat inschrijving bij de KvK hetzelfde is als merkbescherming. Dat klopt niet. Een handelsnaam kan overlap geven in het handelsverkeer, maar het geeft je geen merkregistratie die je in een merkenregister kunt handhaven. Wie die nuance mist, merkt het pas als er een conflict ontstaat en je bewijspositie dun blijkt. Als je daar dieper op wilt inzoomen, sluit waar je nat gaat als je te snel deponeert goed aan.

Bewaking is geen luxe, het is je rookmelder
Na registratie ontstaat de volgende werkelijkheid: het register blijft doorlopen. Concurrenten, nieuwe webshops en internationale partijen deponeren elke week nieuwe tekens. Merkbewaking (periodieke signalering van nieuwe, verwarrend gelijkende merkaanvragen) is dan je rookmelder. Je hoopt dat hij nooit afgaat, maar als het gebeurt wil je er vroeg bij zijn. Meer bewaken kan kloppen, maar in praktijk mis je zonder duidelijke matchregels juist de signalen die ertoe doen.
In een bewakingsprofiel leggen we daarom vast waar je gevoelig ligt: alleen identieke tekens, ook auditief gelijkende namen, ook beeldmerken met vergelijkbare vorm, en in welke klassen en landen. Vervolgens beoordeel je meldingen niet op “vind ik dit irritant”, maar op verwarringsgevaar (de kans dat het publiek denkt dat het van dezelfde herkomst is). Dat is werk voor ervaring, omdat de context telt: verkoopkanalen, doelgroep en hoe het teken op de markt verschijnt.
"Wij vertrouwen onze merkregistraties al jaren toe aan Merkenbureau Van Asselt. Duidelijke communicatie met korte lijnen, professionele begeleiding en zaken die altijd zorgvuldig worden afgehandeld."
Marco M., ★★★★★ op Google
Bewaking haakt ook aan op plekken buiten het merkenregister. In mijn werk zie ik dat problemen vaak beginnen bij zichtbaarheid: marktplaatsvermeldingen, webshops die adverteren op jouw naam, of een “ondernemersplein”-achtige pagina die jouw merk als categorie gebruikt. Je hoeft niet overal direct juridisch op te springen, maar je wilt het wel zien voordat het normaal wordt. Een kleine inbreuk die maanden blijft staan, wordt later een discussie over gedogen en bewijs.
Je eerste reactie bepaalt je speelruimte
Als er een signaal binnenkomt, is de reflex vaak: direct mailen, dreigen, of openbaar reageren. Dat werkt gewoon niet als je nog niet scherp hebt wat je precies bezit en wat je wilt bereiken. Eerst check je: is jouw merk geldig geregistreerd voor dit gebied en deze klassen, en hoe wordt het teken door de ander gebruikt? Daarna pas kies je de route: informele benadering, sommatie (formele ingebrekestelling) of oppositie (bezwaarprocedure tegen een nieuwe merkaanvraag).
Het helpt om te weten dat merkenrecht een onderdeel is van intellectueel eigendom. De Rijksoverheid vat het helder samen: merkrecht beschermt namen, logo's en verpakkingen. In de praktijk vertaalt zich dat naar keuzes: ga je voor stoppen van gebruik, aanpassing van een logo, of een afbakening in klassen en kanalen? Soms is een regeling slimmer dan procederen, juist om de schade te beperken en je merk scherp te houden.
We hebben trajecten begeleid waarin een groeiend bedrijf startte met een Benelux-registratie en later naar internationale dekking moest opschalen, omdat export en online verkoop ineens versneld doorzetten. In hetzelfde dossier kregen we ook een inbreukmaker tegenover ons. Door de registratie-positie op orde te brengen en het optreden strak te timen, kregen we de verwarring van de markt af en bleef het merk van de klant leidend. Zulke dossiers laten zien dat registratie en bewaking één systeem vormen, niet twee losse klusjes.
Wanneer deze aanpak je tijd kost in plaats van oplevert
Heb je vooral behoefte aan een “snel depot zonder gesprek”, dan past deze manier van werken niet. Een goede registratie-strategie vraagt uitvragen, keuzes en soms het bijstellen van je merkpresentatie voordat je indient. Dat voelt traag als je alleen een vinkje wilt zetten, maar het voorkomt dat je later met een registratie zit die net naast je echte gebruik valt, of dat bewaking je overspoelt met meldingen waar je niets mee kunt.
Grip krijg je door eerst te structureren, daarna pas te versnellen
Als je terugdenkt aan dat eerste moment, dat screenshot of die opmerking van een collega, dan herken je de onrust: je wilt niet de ondernemer zijn die pas reageert als de schade zichtbaar is. Die spanning verdwijnt niet door harder te roepen, maar door je positie rustig te organiseren. Dat is ook het eerlijke deel: je merk is pas sterk als het klopt op papier én in gebruik.
Begin daarom met één inventarisatie: welke naam, welke logo-varianten, welke producten en diensten verkoop je nu echt, en in welke landen wil je zichtbaar zijn. Zet daarna registratie en bewaking naast elkaar als één plan, met duidelijke matchregels en een vaste reactie-route voor signalen. De eerste stap is simpel: leg je huidige gebruik naast je registratie-scope en kijk waar de gaten zitten.
Veelgestelde vragen
Moet ik mijn merk ook bewaken als ik alleen in Nederland verkoop?
Ja, juist dan. Ook als je alleen in Nederland verkoopt, kun je geconfronteerd worden met partijen die in de Benelux of EU deponeren en vervolgens online adverteren of via platforms verkopen. Bewaking draait niet om “internationaal zijn”, maar om vroegtijdig zien wanneer iemand een verwarrend gelijkend teken claimt in een register. Vroeg signaleren geeft je vaak meer opties, zoals oppositie tegen een nieuwe aanvraag, in plaats van achteraf procederen over gebruik.
Wat is handiger: eerst bewijzen dat ik de naam gebruik, of meteen registreren?
Registreren legt je recht duidelijk vast, maar het moet wel aansluiten op je echte gebruik. Bewijs van gebruik blijft belangrijk, omdat je merk in procedures en bij conflicten wordt getoetst op wat je daadwerkelijk voert en verkoopt. In de praktijk werkt het het beste om vóór indiening je gebruik te inventariseren (website, offertes, productteksten, verpakkingen) en dat te vertalen naar klassen en omschrijvingen die je ook kunt waarmaken. Dan voorkom je een registratie die later onder druk komt te staan.
Wat doe ik als iemand mijn merknaam gebruikt in een marktplaatsvermelding?
Begin met vastleggen: maak screenshots met datum en URL, en check of het om een verkopernaam, producttitel, advertentietekst of domein gaat. Daarna bepaal je of het gebruik merkmatig is (dus als herkomstaanduiding) of vooral beschrijvend. Bij merkmatig gebruik kun je vaak via het platform een notice-and-takedown proberen, maar een stevige positie komt uit je registratie en de juiste klassen. Als het structureel is, kies je een escalatiepad: eerst benaderen, daarna formeler.
Waarom wordt er altijd zo gehamerd op “klassen”, terwijl mijn merk toch mijn merk is?
Omdat merkenrecht niet algemeen eigendom van een woord geeft, maar bescherming koppelt aan producten en diensten. Die afbakening voorkomt dat één partij een naam voor alles kan monopoliseren. De praktische consequentie: twee bedrijven kunnen soms dezelfde naam voeren in totaal andere sectoren zonder verwarring, terwijl het in dezelfde markt juist direct botst. Klassen zijn daarom geen formaliteit, maar de grens van je exclusiviteit. Een scherpe klassenkeuze maakt bewaking ook werkbaar, omdat je minder ruis krijgt.