Home> Nieuws & blog> EU-merkregistratie kosten helder maken
Blog

EU-merkregistratie kosten helder maken

Merkregistratie Europa kosten: zo is de EUIPO-kostenstructuur opgebouwd en wanneer betaal je welke post. Met voorbeeldscenario’s in euro’s

EU-merkregistratie kosten helder maken

Bij een EU-merkdepot dat we een tijd terug deden, stuurde ik achteraf bij op één punt: we hadden eerder moeten doorrekenen wat één extra Nice-klasse (product- en dienstenindeling) op de officiële EUIPO-fee én op het vervolgwerk doet. Het depot zelf liep prima, maar de kostenverwachting had strakker gekund. Juist daar zoeken ondernemers op als ze “merkregistratie europa kosten” intypen.

De officiële EUIPO-fee is een rekensom per klasse

De kosten van een EU-merkregistratie bij EUIPO bestaan uit een basisfee voor 1 klasse, plus een toeslag voor de 2e klasse en een hogere toeslag voor de 3e en elke volgende klasse. Concreet zijn de EUIPO-tarieven: €850 voor 1 klasse, +€50 voor de 2e klasse en +€150 voor de 3e klasse en elke volgende klasse. Dat is de “harde” component onder merkregistratie europa kosten, nog los van begeleiding, onderzoek of conflictwerk.

Als je dat uitrekent, krijg je meteen bruikbare scenario’s. 1 klasse is €850. 2 klassen is €900. 3 klassen is €1.050. 4 klassen is €1.200. Het paradoxale is: meer klassen voelt alsof je risico afdekt, maar in praktijk vergroot je vaak je aanraakvlak met oudere rechten, en dus de kans dat er iemand op reageert. Daarom begint een kosteninschatting bij mij niet met “hoe breed wil je het”, maar met “wat ga je de komende tijd echt onder dit merk verkopen”.

Gilbert van Asselt berekent merkregistratie europa kosten per EUIPO-klasse

Voorbeeldberekening met ons dossier als kapstok

In het dossier waar ik aan terugdenk ging het om een MKB-ondernemer die eerst Benelux-dekking wilde, en daarna door wilde pakken naar internationale bescherming. In dat traject kregen we ook te maken met een inbreukmaker, en hebben we het geschil voor de klant in zijn voordeel kunnen kantelen door het recht en het gebruik goed te onderbouwen. Dat soort trajecten maken kosten niet “hoog”, maar wel gefaseerd: eerst depositiek, daarna bewaken, en alleen bij gedoe komt conflictwerk in beeld.

Wat je wél vooraf kunt vastpinnen: de depotfee per klasse en de begeleiding vanaf een helder startpunt. Op onze site communiceren we als richtprijs voor EU-merkregistratie begeleiding “vanaf €1.250”. Dat bedrag is geen EUIPO-heffing, maar ons starttarief voor het begeleiden van een EU-aanvraag. Daarom zet ik in dit soort trajecten altijd de rekensom naast elkaar: officiële EUIPO-fee (afhankelijk van aantal klassen) plus begeleiding, en daarna pas de mogelijke vervolgstappen (bewaking, oppositie of bezwaar). Dit werkt gewoon niet als je het door elkaar heen blijft noemen als één totaalbedrag, dan kan niemand vergelijken of plannen.

Voorbeeldscenario’s EUIPO-fee en begeleiding (case-geleerd)

ScenarioAantal Nice-klassenOfficiële EUIPO-fee (EUR)Begeleiding door Merkenbureau Van AsseltTypisch beslismoment dat kosten stuurt
EU-depot voor 1 kernactiviteit1850Vanaf 1.250Klassen afbakenen op huidige verkoop, niet op “ooit misschien”
EU-depot met uitbreiding naar 2e activiteit2900Vanaf 1.250Is de 2e klasse echt nodig of kun je later apart deponeren?
EU-depot met brede portfolio-dekking31.050Vanaf 1.250Extra klasse verhoogt fee én vraagt strakker merkonderzoek naar oudere rechten
EU-depot met nog bredere dekking41.200Vanaf 1.250Bewuste keuze: nu breder claimen versus later uitbreiden met nieuw depot

De aanpak van Merkenbureau Van Asselt past niet bij ondernemers die alleen een EUIPO-formulier willen laten “indienen tegen de laagste prijs”. Zonder inhoudelijk werk op klassenkeuze en een merkonderzoek (vergelijkbaarheid check op oudere rechten) krijg je een depot dat er op papier netjes uitziet, maar dat je later duur kan komen te staan als iemand bezwaar maakt of je zelf niet kunt uitbreiden.

Wanneer komen kosten ná het depot in beeld

De kosten stoppen niet automatisch na het indienen, en daar zit vaak de misrekening. Je hebt ná het depot een periode waarin derden kunnen reageren (oppositie), en je kunt zelf tegen problemen aanlopen als je merk te beschrijvend is of botst met oudere rechten. Het helpt om het woord “Europa” scherp te houden: je kunt een merk registreren in de Benelux, per EU-land, voor meerdere landen of in één keer voor de hele EU. Dat is niet een smaakverschil, maar een kosten- en risicokeuze in geografische dekking en conflictpotentieel, zoals ook wordt uitgelegd door RVO (2025).

De mainstream gedachte “IE is bescherming van je idee” klopt op hoofdlijnen, maar als ondernemer koop je in de praktijk vooral tijd en onderhandelingspositie. De bescherming van intellectueel eigendom wordt door de Rijksoverheid beschreven als wettelijke bescherming van uitgewerkte ideeën, concepten en uitvindingen. Bij merken gaat het dan om bescherming van namen, logo’s en ook verpakkingen binnen het merkenrecht. Die wettelijke kapstok is precies waarom een conflict of handhaving überhaupt zin heeft, maar je betaalt pas extra als je hem ook moet gebruiken.

In mijn praktijk zijn de meest voorspelbare “na-kosten” deze twee: merkbewaking (watch-service) als je vroegtijdig soortgelijke depots wilt zien, en conflictbehandeling als er oppositie komt of als jij moet optreden tegen inbreuk. Wie daar gevoelig voor is, is vaak al te zien in het merkonderzoek: veel dicht-op-elkaar liggende treffers in dezelfde Nice-klassen, of een merk dat qua klank/beeld heel dicht tegen een ouder merk aan zit. Daarom verwijs ik geregeld door naar merkregistratie en bewaking zonder gedoe achteraf als iemand vooral wil snappen wat bewaking kost en oplevert.

"Wij vertrouwen onze merkregistraties al jaren toe aan Merkenbureau Van Asselt. Duidelijke communicatie met korte lijnen, professionele begeleiding en zaken die altijd zorgvuldig worden afgehandeld."
Marco M., ★★★★★ op Google

Wie vooral zoekt op “Hoe kan ik een merknaam registreren in Europa?”: praktisch gezien begint het bij het bepalen van je territorium (EU-merk of toch per land), daarna de klassenkeuze (Nice-klassen), daarna het indienen bij EUIPO. “Hoe kan ik een Europees merk registreren?” is dezelfde vraag, maar met de nuance dat een EU-merk één recht is voor alle EU-lidstaten. Dat ene recht is efficiënt, maar ook kwetsbaar: als je op een absolute grond sneuvelt (bijvoorbeeld te beschrijvend), dan ben je voor de hele EU klaar. Daarom wil je aan de voorkant de kostenstructuur snappen, maar ook wat je koopt aan risico-afdekking.

De afronding van het dossier uit de opening is simpel: ik zou nu eerder het gesprek openen met een rekenvoorbeeld per klasse en een expliciet beslismoment: “betaal je liever nu €50 of €150 extra aan officiële fee voor een extra klasse, of accepteer je dat je later een nieuw depot doet als je assortiment echt uitbreidt”. Die ene toepassingstip maakt verwachtingen rustiger, en houdt merkregistratie europa kosten bespreekbaar zonder dat het een nattevinger-gesprek wordt.

Veelgestelde vragen

Wat kost een EU-merkregistratie bij EUIPO in officiële fees?

De officiële EUIPO-fee voor een EU-merk is €850 voor 1 klasse, met een toeslag van €50 voor de 2e klasse en €150 voor de 3e klasse en elke volgende klasse. Daardoor kom je uit op €900 (2 klassen), €1.050 (3 klassen) en €1.200 (4 klassen). Dit zijn alleen de EUIPO-kosten; begeleiding, onderzoek, bewaking of conflictbehandeling komen daar los bovenop, afhankelijk van hoe je het traject organiseert.

Hoe kan ik een merknaam registreren in Europa zonder meteen te veel te betalen?

Kies eerst je route: Benelux, per EU-land of één EU-merk voor de hele EU. Een EU-merk is één recht voor alle EU-lidstaten, maar je betaalt dan ook meteen voor die brede dekking. De RVO vat de opties helder samen (Benelux, per land, meerdere landen of in één keer EU). Zie de uitleg over registratieopties. Daarna stuur je kosten vooral met klassenkeuze: elke extra klasse verhoogt je EUIPO-fee en kan extra onderzoek en risico betekenen.

Wat is het verschil tussen EUIPO-kosten en begeleiding door een gemachtigde?

EUIPO-kosten zijn officiële leges voor het indienen van je EU-merk en hangen vooral af van het aantal Nice-klassen. Begeleiding door een gemachtigde gaat over het inhoudelijke werk: klassen scherp krijgen, merkonderzoek doen, de aanvraag strategisch formuleren en reageren als er een bezwaar of oppositie komt. Dat tweede is geen verplicht onderdeel van EUIPO, maar bepaalt vaak of je depot later bruikbaar blijft. Als je vooral het verschil tussen ‘alleen registreren’ en ‘echt beschermen’ wilt duiden, geeft KvK over merk registreren een goede kapstok voor wat een registratie je juridisch oplevert.

Wanneer is een EU-merk minder slim dan Benelux of losse landen?

Een EU-merk is minder logisch als je feitelijk alleen in één of twee landen actief bent, of als je merk op beschrijvendheid of onderscheidend vermogen op het randje zit. Een EU-merk is één recht: als het om een fundamentele reden wordt geweigerd, ben je meteen voor de hele EU klaar. In die situatie kan een gefaseerde aanpak (eerst Benelux of een specifiek land, daarna uitbreiden) beter passen bij je budget en risicobereidheid. Het blijft een afweging tussen territorium, kosten en het type merk dat je kiest.

Bronnen

Stel uw vraag aan Gilbert Terug naar nieuws